Darmkanker is in Nederland een van de meest voorkomende vormen van kanker, en tegelijk een van de weinige waarbij grootschalige vroege opsporing bestaat. Dat is geen toeval: de ziekte ontstaat vrijwel altijd uit een goedaardige poliep die er jaren over doet om kwaadaardig te worden. Dat trage begin is precies wat het bevolkingsonderzoek zinvol maakt.
Wat colorectaal carcinoom is
Colorectaal carcinoom is de verzamelnaam voor kanker van de dikke darm en de endeldarm. Zit de tumor in het colon, dan spreken artsen van coloncarcinoom; zit hij in de endeldarm, dan van rectumcarcinoom. Dat onderscheid is meer dan taalkundig, want de behandeling loopt uiteen. Bij een tumor in de endeldarm wordt vaker voorbestraling overwogen en is de operatie technisch complexer, doordat er in het bekken weinig ruimte is.
Vrijwel altijd begint het met een poliep: een uitstulping van het darmslijmvlies die op zichzelf goedaardig is. Een deel van die poliepen ontwikkelt in de loop van jaren afwijkende cellen die uiteindelijk door de darmwand heen kunnen groeien. Omdat dat proces langzaam verloopt, kan een poliep die tijdig wordt gevonden en verwijderd nooit uitgroeien tot kanker.
Risicofactoren
Leeftijd is veruit de belangrijkste factor: het overgrote deel van de diagnoses valt boven de vijftig. Daarnaast spelen mee:
- Darmkanker of darmpoliepen bij naaste familieleden.
- Erfelijke aandoeningen zoals het lynchsyndroom of familiaire adenomateuze polyposis.
- Chronische darmontstekingen zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, bij langere ziekteduur.
- Roken en overmatig alcoholgebruik.
- Overgewicht en weinig lichaamsbeweging.
- Een voedingspatroon met veel rood en bewerkt vlees en weinig vezels.
Bij een deel van de leefstijlfactoren gaat het om verbanden uit bevolkingsonderzoek, niet om een rechtstreeks bewezen oorzakelijk verband bij het individu. Dat nuanceert de betekenis ervan, maar neemt niet weg dat de richting van de bevindingen al jaren dezelfde kant op wijst.
Klachten waar je alert op mag zijn
Het lastige is dat vroege darmkanker vaak helemaal geen klachten geeft. Treden ze wel op, dan zijn het meestal:
- Bloed of slijm bij de ontlasting.
- Een blijvende verandering in het ontlastingspatroon, bijvoorbeeld nieuwe verstopping of juist dunnere ontlasting die langer dan enkele weken aanhoudt.
- Het gevoel dat de darm na het toiletbezoek niet leeg is.
- Buikpijn of krampen die aanhouden.
- Onverklaard gewichtsverlies.
- Vermoeidheid en bleekheid door bloedarmoede, soms zonder dat je zichtbaar bloedverlies hebt opgemerkt.
Deze klachten passen bij veel onschuldige aandoeningen, en aambeien zijn een veel voorkomender verklaring voor bloedverlies dan kanker. Toch geldt: houdt een van deze klachten langer dan een paar weken aan, laat het dan nakijken. Bloedverlies bij de ontlasting wegwuiven als aambeien zonder dat een arts heeft gekeken is de valkuil waar in de praktijk de meeste vertraging ontstaat.
Het bevolkingsonderzoek
In Nederland krijgen mensen vanaf 55 jaar tot en met 75 jaar elke twee jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek darmkanker. Je krijgt een test thuisgestuurd waarmee je zelf een klein beetje ontlasting opvangt; in het laboratorium wordt gekeken of er bloed in zit dat met het blote oog niet zichtbaar is. Is die uitslag afwijkend, dan volgt een uitnodiging voor een coloscopie.
Een afwijkende uitslag betekent nadrukkelijk niet dat er kanker is. Bij het merendeel van de mensen met een afwijkende test blijkt het om poliepen of om een onschuldige bron van bloedverlies te gaan. Het omgekeerde geldt ook: de test mist een deel van de afwijkingen, dus klachten tussen twee ronden door blijven een reden om naar de huisarts te gaan, ook als de laatste uitslag goed was.
Hoe de diagnose wordt gesteld
De coloscopie is het belangrijkste onderzoek. Met een flexibele slang met camera bekijkt de arts de binnenkant van de dikke darm, verwijdert poliepen ter plekke en neemt bij een verdachte afwijking een stukje weefsel weg voor onderzoek onder de microscoop. Pas die weefselbeoordeling geeft uitsluitsel.
Is de diagnose gesteld, dan volgt onderzoek om te bepalen hoe ver de ziekte zich heeft uitgebreid. Meestal is dat een CT-scan van borstkas en buik, bij een tumor in de endeldarm aangevuld met een MRI van het bekken. Die MRI laat zien hoe dicht de tumor bij de omliggende structuren ligt, wat bepalend is voor de vraag of voorbestraling zinvol is.
Stadiering: wat T, N en M betekenen
De uitgebreidheid wordt beschreven met de TNM-indeling. De T staat voor de mate waarin de tumor door de darmwand heen is gegroeid, van alleen het slijmvlies tot volledig door de wand en in omliggend weefsel. De N geeft aan of er tumorcellen in de lymfeklieren zijn gevonden en in hoeveel. De M geeft aan of er uitzaaiingen elders in het lichaam zijn, meestal in de lever of de longen.
Uit die drie letters volgt een stadium van I tot IV. Dat stadium bepaalt in belangrijke mate de behandeling en zegt iets over de vooruitzichten, al blijft dat een uitspraak over groepen en niet over een individu.
De behandeling
Het behandelplan wordt vastgesteld in een multidisciplinair overleg waarin chirurg, maag-darm-leverarts, oncoloog, radioloog, patholoog en verpleegkundig specialist samen naar de situatie kijken. In grote lijnen:
- Operatie is bij een tumor die niet is uitgezaaid de hoeksteen. Het aangedane darmdeel wordt verwijderd samen met het bijbehorende vetweefsel en de lymfeklieren, waarna de darmuiteinden meestal weer aan elkaar worden gemaakt.
- Voorbestraling wordt bij rectumcarcinoom overwogen om de kans op terugkeer in het bekken te verkleinen, soms gecombineerd met chemotherapie.
- Chemotherapie na de operatie komt in beeld wanneer er tumorcellen in de lymfeklieren zijn gevonden, om achtergebleven cellen elders op te ruimen.
- Bij uitzaaiingen is behandeling soms nog gericht op genezing, bijvoorbeeld wanneer beperkte leveruitzaaiingen operabel zijn. Anders ligt de nadruk op het remmen van de ziekte en het behoud van kwaliteit van leven.
Een stoma is lang niet altijd nodig, en als het wel zo is, is het regelmatig tijdelijk: een tijdelijk stoma geeft een nieuwe verbinding in de darm de kans om rustig te genezen en wordt daarna opgeheven.
Nazorg
Na de behandeling volgt een controleschema van enkele jaren, met bloedonderzoek, beeldvorming en periodiek een coloscopie. Doel is het tijdig opsporen van terugkeer of van nieuwe poliepen. Daarnaast is er aandacht voor de gevolgen op langere termijn: een veranderd ontlastingspatroon na een operatie aan de endeldarm komt vaak voor en is met begeleiding goed bespreekbaar en behandelbaar.
Veelgestelde vragen
Betekent bloed bij de ontlasting dat ik darmkanker heb?
In de meeste gevallen niet. Aambeien en kleine scheurtjes zijn veel voorkomender oorzaken. Omdat bloedverlies ook een vroeg signaal van iets ernstigers kan zijn, is het wel altijd een reden om het door je huisarts te laten beoordelen.
Is darmkanker erfelijk?
Bij het merendeel van de mensen niet. Een klein deel van de gevallen hangt samen met een erfelijke aanleg, zoals het lynchsyndroom. Komt darmkanker bij meerdere naaste familieleden voor of op jonge leeftijd, bespreek dat dan met je huisarts; er bestaat dan een aangepast controleschema.
Krijg ik altijd een stoma?
Nee. Bij veel operaties worden de darmuiteinden direct weer verbonden. Wordt er wel een stoma aangelegd, dan is dat in een deel van de gevallen tijdelijk.
Dit artikel is algemene voorlichting op basis van openbare vakliteratuur en Nederlandse richtlijnen. Het vervangt geen medisch advies en is niet bedoeld om een diagnose te stellen. Heb je klachten, neem dan contact op met je huisarts.
Colorectaal carcinoom (pdf) Samenvatting van dit artikel om te bewaren of af te drukken.